soorten | witte ooievaar | trekroutesbijvoeren? | veelgestelde vragen | ooievaars in de problemen


Ooievaar - Veelgestelde vragen over    VOEDSEL   |   TREK

 

Waarom gaan ooievaars op TREK?

In het algemeen gaan vogels op trek omdat in het winterseizoen voedselgebrek dreigt. Dat is ook bij ooievaars het geval. Ooievaars leven van klein dierlijk voedsel en dat is in de wintertijd te beperkt voorhanden. De kou is geen reden om weg te gaan. Ook bij lage temperaturen kunnen ooievaars overleven, mits ze voedsel kunnen vinden.

Waar overwinteren onze ooievaars?

Nederlandse ooievaars overwinteren hoofdzakelijk in Zuid-Europa en West-Afrika. Open vuilstortplaatsen in Midden- en Zuid-Spanje worden bezocht vanwege het ruime voedselaanbod, in de vorm van voedselafval, insecten en muizen en ratten. In het westen van Afrika verblijven veel ooievaars in de wetlands van het stroomgebied van de Niger.

Hoe weten de ooievaars waar ze heen moeten?

Ooievaars trekken overdag. Het zijn zwevers die afhankelijk zijn van thermiek. Ze kunnen zich bij daglicht oriënteren met behulp van elementen in het landschap. Zo bepalen ze de route. Ze volgen bijvoorbeeld de loop van een rivier. Het is van belang dat de pleisterplaatsen die ze aandoen voldoende voedsel bevatten. De ligging van die pleisterplaatsen is medebepalend voor de route.

Wanneer vertrekken ze?

Al vanaf begin augustus kunnen ooievaars de nestplaats verlaten om zich aan te sluiten bij een groep. Het kan zijn dat ze een tijdje op een andere plek in Nederland verblijven. Jonge ooievaars vertrekken eerder dan hun ouders. Zij hebben nog niet de vliegervaring van hun ouders en leggen kortere dagafstanden af. Ooievaars trekken in grote groepen, vaak samen met andere thermiekvliegers. De vertrekperiode duurt tot in september.

Wanneer komen ze terug?

De eerste ooievaars keren al in februari terug naar hun nestplaatsen. Dit zijn in het algemeen de broedvogels die in Nederland hebben overwinterd, of die niet ver weg zijn geweest. De laatste komen pas eind maart of zelfs begin april terug. De terugkeer gebeurt in kleinere groepen dan het vertrek.

Overleven ooievaars de trek?

Het aantal ooievaars dat overleeft is klein. Al jaren lang blijkt dat slechts 15 % van de uitgevlogen jongen met zekerheid de volwassenheid bereikt. De overige 85 % sterft aan de gevolgen van elektrocutie, jacht en verhongering. Elektrocutie vindt veel plaats in Frankrijk waar het elektriciteitsnet voornamelijk bovengronds is. In Zuid-Europa is plezierjacht een groot probleem. In West-Afrika worden ooievaars soms voor consumptie gevangen.

Trekken ooievaars jaarlijks?

Eerstejaars jongen gaan allemaal op trek en blijven in hun overwinteringsgebied tot ze geslachtsrijp zijn. Dit duurt 2 tot 4 jaar. Daarna trekken ze jaarlijks of ze besluiten niet meer op trek te gaan. Het komt ook voor dat ooievaars het éne jaar wel op trek gaan en het andere jaar niet. Ooievaars zijn opportunisten en passen zich aan aan veranderende (voedsel)omstandigheden. 

Gaan alle ooievaars op trek?

Nee, niet alle ooievaars gaan op trek, maar wel veel! Van de Nederlandse broedvogels gaat ongeveer 65 % op trek. De overige 35 % overwintert in Nederland, op plaatsen waar ze op welke manier dan ook, aan voedsel kunnen komen. De jongen gaan in hun eerste levensjaar allemaal op trek. Bij uitzondering blijft een enkeling achter.

Waar overwinteren de ooievaars?

Een deel van de in Nederland overwinterende ooievaars is te vinden bij enkele ooievaarsstations en bij dierentuinen. Er is al jaren een groep ooievaars die in Den Haag overwintert. Dit is het gevolg van bijvoeren door particulieren. Bij zachte winters blijven ze vaak in de buurt van hun nest, omdat er daar dan wel voedsel te vinden is. Denk hierbij aan regenwormen en muizen.

Is het trekgedrag altijd hetzelfde?

De wereld verandert, het klimaat verandert en trekgedrag verandert. Het hangt onlosmakelijk met elkaar samen. Vóór 1969 trokken de Nederlandse ooievaars zowel naar West-Afrika als naar Oost- en Zuid-Afrika. De routes liepen via de Bosporus, via Gibraltar en via Italië. Tegenwoordig ligt de trekroute veel westelijker en wordt vrijwel uitsluitend de route via Gibraltar gevolgd. Veranderend trekgedrag is wellicht een indicator voor een veranderend klimaat.

Hoe komt het dat we veel weten over de trek en overwintering?

Sinds 1911 worden er ooievaars geringd in Nederland, tussen 1969 en 2015 zo′n 13.000! Hiervan zijn ruim 40.000 meldingen geregistreerd. Dit heeft een enorm bron van gegevens opgeleverd, gegevens over het trekgedrag van de hele populatie over een periode van 100 jaar! Enkele jaren geleden is er in Nederland zenderonderzoek uitgevoerd. Dit heeft zeer gedetailleerde informatie opgeleverd van enkele individuele ooievaars.

Verzamelen voor de trek
Ten Boer, Groningen, 1 sept 2015. Foto: Angela Pluis