overwintering | wintertelling 2015wintertelling 2016 | wintertelling 2017wintertelling in het nieuws


Wintertelling - Overwintering

Sinds 2001 tellen we in de winter overwinterende ooievaars. Meestal gebeurt dit in een koud weekend begin januari. Dat doen we natuurlijk niet alleen. In het hele land helpen vele ooievaars- en vogelliefhebbers mee en worden er ringen afgelezen. Dit levert weer interessante informatie op over de overwinterende ooievaars.

Vaak wordt gevraagd: is dat normaal, overwinterende ooievaars in Nederland?
Natuurlijk leren de vogelboeken ons, dat ooievaars trekvogels zijn en in de winter in Afrika horen te zijn. We nuanceren dit.

 

Trekroutes

In het algemeen gaan Nederlandse ooievaars op trek. Overwinteringsgebieden liggen in Zuid-Europa en West-Afrika. Dit weten we dankzij terugmeldingen van geringde ooievaars. Nederlandse ooievaars volgen dus de westelijke trekroute. Oost-Europese ooievaars volgen de oostelijk trekroute, via de Bosporus tot Oost- en zelfs Zuid-Afrika. Er is ook nog een kleine trekroute via Italië.

 

Overwinterende populatie in Nederland

Er is ook een overwinterende populatie in ons land. Ooievaars zijn namelijk behoorlijk opportunistisch. Ze zullen gebruik maken van makkelijk te vinden voedsel, bijvoorbeeld bij particulieren, in dierentuinen en bij ooievaarsstations. In zachte winters kunnen ooievaars zelf redelijk gemakkelijk voedsel bemachtigen. Er zijn ooievaars die in de zomer gebruik maken van plekken waar wordt bijgevoerd en toch op trek gaan. Er zijn er ook die in de broedperiode onafhankelijk zijn van bijvoeren en vervolgens in Nederland overwinteren. Er zijn zelfs ooievaars die het ene jaar wel op trek gaan en het andere jaar niet. Waar ooievaars de ′keus′ op baseren om wel of niet op trek te gaan, is niet bekend. Het heeft ongetwijfeld iets met het voedselaanbod te maken, maar er zijn ook andere factoren in het spel.

 

Aantallen

Sinds het begin van de wintertellingen ligt het aantal getelde overwinterende ooievaars steeds tussen de 450 en 650. (Het werkelijke aantal kan iets hoger liggen, omdat niet alle vogels worden gezien.) Het aantal broedparen neemt echter jaarlijks toe. In 2014 kwam het aantal broedparen boven de 900 (=ruim 1800 individuen). Daarnaast zijn er ook ooievaars die in het voorafgaande jaar niet hebben gebroed, waardoor het aantal ooievaars in de zomer nog iets hoger ligt.

 

Broedvogels en jongen

Het is zinvol om onderscheid te maken tussen broedvogels en jongen. Er is namelijk een groot verschil in het trekgedrag.
Tegenwoordig overwintert ongeveer 35 % van de broedvogels in Nederland. Ongeveer 65 % van de broedvogels gaat dus op trek. Eerstejaars jongen gaan zo goed als allemaal op trek. Dit is dus vrijwel 100 %. Hoogstens een enkeling blijft achter, bijna 0 %. Terugkijkend vanaf de eerste wintertellingen (2001), is er een afname van overwinterende ooievaars van ruim 50 % van de broedvogels tot 35 %.

uit: emmen.nu