de zin van het ringen |  elsa ringen regels en afsprakenwanneer ringen?


Ringen - De zin van het ringen

Ieder jaar wordt ongeveer 40 tot 50 % van de geboren jongen geringd. Dit gebeurt als de ooievaars ongeveer 5 weken oud zijn. Door het ringen worden ooievaars individueel herkenbaar, waardoor het mogelijk is ze te volgen. Dit vormt de basis voor de verzameling van gegevens. Met die gegevens kan onderzoek gedaan worden. Het levert inzicht op in het leven van ooievaars.

  Links
Elsa-ring,
in gebruik sinds 2010

Rechts
Aluminium lipring,
gebruikt tot en met 2010

 

Onderzoek

Onmisbaar voor onderzoek zijn ook de waarnemingen in het veld en de registratie ervan. Ooievaars zijn goed zichtbaar, maar lang niet alle ooievaars zijn geringd. Het individueel kenmerken van vogels maakt, samen met de veldwaarnemingen, studies mogelijk naar:

Dispersie:
Waar vestigen ooievaars zich? Hoe verspreiden ze zich over de omgeving?

Sociaal gedrag:
Welke partner wordt gekozen? Hoe nesttrouw en hoe partnertrouw zijn ooievaars? Hoe verdraagzaam zijn ze tegenover soortgenoten?

Levensduur en jaarlijkse sterfte:
Op welke leeftijd sterven ze? Hoeveel ooievaars sterven jaarlijks en wat zijn de gevolgen ervan voor de populatie?

Reproductie en populatiegroei:
Hoeveel jongen worden er gemiddeld per broedpaar geboren? Is de aanwas voldoende om de jaarlijkse sterfte te compenseren?

Migratie:
Welke trekroutes worden gevolgd? Aan welke gevaren worden ooievaars blootgesteld? Is trekgedrag altijd hetzelfde of treden er veranderingen op? Wat zijn de gevolgen van klimaatsverandering op het trekgedrag van vogels? Mogelijk geeft een verandering in het trekgedrag van vogels tijdige waarschuwingen voor grote veranderingen.

Dit zijn grote vraagstukken, waarbij ringonderzoek en het registreren van waarnemingen kunnen bijdragen tot het vinden van verklaringen. Wilt u hier meer over lezen, kijk dan op de website van het Vogeltrekstation.

 

Moéten de jongen geringd worden?

Misschien heeft u zich dit afgevraagd. Het antwoord op deze vraag is: Nee, het moet niet en soms is het zelfs helemaal niet wenselijk. Om zinvol onderzoek te kunnen doen, is het nodig dat een deel van de jongen geringd wordt, met een goede dekking en spreiding over het hele land. Wat die dekking zou moeten zijn, is vastgesteld middels een onderzoek, uitgevoerd door het NIOO.
Op sommige plekken wordt meer dan voldoende geringd, op andere plekken te weinig. Soms heeft dat te maken met het enthousiasme van de mensen ter plaatse, soms zijn nesten niet bereikbaar, soms is men onbekend met het belang van ringen en soms willen mensen niet dat er geringd wordt uit angst voor verstoring.
Het initiatief om te ringen kan worden genomen door de nesteigenaar of door een bevoegd ringer.
Lees meer bij: Wanneer ringen?

 

 

 

Historie

 

Ooievaars worden al geringd sinds 1911. De eerste geringde ooievaar stamt zelfs al uit 1843.
In de "Oprechte Donderdagsche Haarlemse Courant" van 12 oktober 1843 wordt hier melding van gemaakt:

"H a a r l e m , 11 Oct.
In de afgeloopen zomer heeft men te Alphen, in Zuid-Holland, aan de halzen van drie dit jaar uitgebroede oijevaars bandjes bevestigd, met kleine koperen plaatjes, waarop de naam der gemeente en het jaartal van 1843 waren gegraveerd. Op den 10den Augustus heeft men die jonge vogels nog aldaar gezien, doch na dien tijd niet meer; terwijl het nest 7 a 8 dagen daarna ook door de oude vogels is verlaten.
In de eerste dagen van de maand September heeft de heer burgemeester der gemeente Alphen een brief uit Rocquefort, bij Mont-de-Marsan, departement des Landes, in Frankrijk, 25 uren benoorden de Spaansche grenzen, ontvangen, inhoudende, dat een dezer jonge oijevaars reeds den 13en Augustus in die gemeente is geschoten geworden.

Eén van de jongen werd drie dagen later in Zuid-West-Frankrijk geschoten en had een afstand van meer dan 1000 kilometer afgelegd. Daardoor werden verschillende dingen in één keer duidelijk: ooievaars gingen op trek, ze konden flinke dagafstanden afleggen en afschieten was een reële doodsoorzaak. Dat je door het kenmerken van vogels aan veel informatie kon komen was duidelijk.
Na de start van het herintroductie-project in 1969 is er intensief geringd. Daardoor zijn er veel gegevens, die nu een uiterst waardevolle informatiebron vormen.

 

Foto: Sikrid de Jong