overwintering | wintertelling 2022wintertelling 2021 | wintertelling 2020 | wintertelling in het nieuws


Wintertelling  22 en 23 januari 2022: 986 ooievaars gemeld

 

Een goed telweekend

Het telweekend ligt achter ons. In totaal hebben 836 mensen 986 verschillende ooievaars gemeld. Dat is vergelijkbaar met de vorige wintertelling, toen werden 991 ooievaars gemeld.

Veel waarnemers
We kijken terug op een heel goede telling. Het was zacht weer en dat nodigde mensen uit om naar buiten te gaan. Daardoor was het aantal melders hoog.

Bij het nest
De ooievaars zelf reageren ook op de weersomstandigheden. In zachte winters zoals deze, kunnen ze heel goed voedsel vinden. Regenwormen zijn goed bereikbaar en muizen zijn ook altijd aanwezig. Veel ooievaars verblijven deze winter in de buurt van hun nesten. Die omgeving kennen ze goed en dat maakt het gemakkelijker om voedsel te vinden. Het nest dient dan als slaapplek en uitvalsbasis.

Concentraties
Toch waren er ook dit jaar een paar opvallende concentraties. Aan de noordkant van Oss overwinteren ongeveer 150 ooievaars. Dat is duidelijk meer dan de voorgaande jaren. Ze zijn onder andere te vinden op de vuilverwerkingslocatie op industrieterrein Elzenburg, maar de meeste meldingen komen juist uit het hele gebied tussen Oss en de Maas.
Een zelfde verschijnsel zien we aan de noordkant van Utrecht. Rond Oud Zuilen overwintert een groep van ongeveer 50 ooievaars. Ze maken gebruik van de vuilverwerkingslocatie in  bedrijventerrein Lageweide en laten zich ook zien langs de A2. Toch zijn ze vooral te vinden in de groene omgeving van Oud Zuilen en het aangrenzende poldergebied.
Verder zijn er kleinere groepen gezien bij afverwerkingslocaties en milieustraten in Tilburg, Wassenaar, Alphen aan den Rijn, Amsterdam, Apeldoorn en Barneveld.
Het is een opvallende trend.

Een andere grote groep van ongeveer 150 exemplaren is te vinden rond ooievaarsstation De Lokkerij. Dit zijn overigens niet allemaal broedvogels uit die omgeving. Veel broedvogels van De Lokkerij zijn op trek, er is in de winter aanvulling van vogels uit een groot deel van het land.

Verspreidingskaartje

Op het verspreidings-kaartje is te zien in welke
5 kilometerblokken ooievaars zijn gemeld.
Donkerder betekent meer ooievaars


Wilt u meer lezen over overwintering?
Kijk dan hier.
Ook interessant:
'Ooievaars op trek ... of niet?'
 
   

Trends

In 1995 is de eerste Wintertelling uitgevoerd. Toen waren de aantallen overzichtelijk: ongeveer 275 broedparen, 500 blijvers. Dat was toen 90 % van de broedvogels! In 2001 hebben we de draad weer opgepakt. De telling van januari 2022 is dus de 22e op rij en met 1995 erbij de 23e telling.

In onderstaande grafiek zijn de resultaten te zien:

 

De groene kolommen geven het geschat aantal broedparen aan. De laatste kolom in de grafiek is het jaar 2021. In die laatste kolom staat het aantal overwinteraars van januari 2022, omdat de telling van 2022 volgt op en hoort bij broedseizoen 2021.

De blauwe lijn geeft het aantal gemelde overwinteraars aan. Deze lijn is lang rond de 500 blijven schommelen en vanaf ongeveer 2010 is gemiddeld een lichte stijging te zien. De lijn verloopt ook wat grillig. Op het laagste punt (wintertelling januari 2019, volgend op broedseizoen 2018) waren de weersomstandigheden zodanig dat er veel minder mensen geteld en gemeld hebben. Toch is de trend duidelijk.

De oranje lijn geeft aan welk percentage van het aantal broedvogels heeft overwinterd. En dan zie je een lijn die hoog begint, 90 % in 1995 en al vanaf 2005 schommelt tussen 30 en 40 %. Kijk je alleen naar de laatste drie jaren, dan valt een licht dalende lijn op. Ofwel: Een kleiner wordend deel van de broedvogels blijft in Nederland, een groter wordend deel gaat op trek.

 

Leeftijdsopbouw

In dit diagram ziet u de leeftijdsspreiding van de overwinterende ooievaars (gebaseerd op meldingen van 143 verschillende geringde ooievaars). Er is een enkele ooievaar gemeld in de eerste winter (leeftijd ongeveer 6 maanden). Vrijwel alle juvenielen migreren in hun eerste herfst. De hoogste aantallen zitten in de leeftijdsgroep van 11 tot 16 jaar. Hier zien we dezelfde leeftijdsspreiding als die van de broedpopulatie. Er is geen verschil tussen vogels die volledig zelfstandig zijn opgegroeid en vogels die gewend zijn aan bijvoeding.



 

Wintertelling 2022


Mediabelangstelling voor de telling
> De wintertelling in het nieuws